Op een democratische school bepalen leerlingen zelf wat, hoe, wanneer en met wie ze activiteiten ondernemen die leiden tot het realiseren van hun persoonlijke doelen, rekening houdend met anderen en hun omgeving. Een democratische school wordt ingericht door leerlingen, stafleden en ouders.
Aan de hand van georganiseerde en ongeorganiseerde activiteiten worden kennis, vaardigheden en inzicht ontwikkeld. Hierdoor wordt alles wat nodig en belangrijk is geleerd. Vaak zijn democratische scholen ingericht voor leerlingen van 4 t/m 18 jaar, zodat er een doorlopende leerlijn is tussen basis- en voortgezet onderwijs.
Eén van de meest bijzondere punten van democratisch onderwijs is de gelijkwaardigheid tussen volwassenen en kinderen. Iedereen heeft een stem en kan daarom meedenken en meebeslissen. Vaak wordt gewerkt via de sociocratische methode.
Door deze gelijkwaardigheid krijgt iedereen, jong en oud, eigen verantwoordelijkheid en leert begrijpen dat elke beslissing consequenties heeft.
Door deze verantwoordelijk te leren nemen, ontstaat vrijheid. Deze vrijheid geeft ruimte om passie en talent te ontwikkelen, zelf gestelde doelen te halen en soms onmogelijk lijkende dromen te realiseren.
In de praktijk:
- Een school waar je zelf vorm geeft aan je leven
- Een school waar je jouw passies kunt ontdekken en uitleven
- Een school waar spelen een manier van leven is
- Een school waar je met z’n allen verantwoordelijk bent
- Een school waar je echt iets kunt veranderen als je dat wilt
Geschiedenis
De eerste democratische school werd in 1859 in Rusland gesticht door een prins, Leo Tolstoj. Door het bestuderen van de bijbel, en door te praten met allerlei geleerde mensen was hij op het idee gekomen dat vrijheid misschien wel beter is voor mensen dan dwang. Zijn school werd echter al snel gesloten door de geheime politie van de Tsaar, die zulke ideeën heel gevaarlijk vond omdat iedereen hem moest gehoorzamen – vrije mensen kon hij niet gebruiken.
Aan het begin van de 20ste eeuw ontstonden er opeens heel veel democratische scholen, in allerlei vormen en soorten. Sommige van deze scholen bestaan nog steeds. De bekendste democratische school is Summerhill. Deze school is opgericht in 1921.
Je kunt dus moeilijk zeggen dat democratisch onderwijs een raar of gevaarlijk experiment is. Na honderd jaar ervaring weten we dat kinderen van deze scholen meestal opgroeien tot tot hele zelfstandige en gelukkige mensen. Sommige worden arts of piloot, anderen worden rockster of schrijver en weer anderen worden huisvader of timmervrouw. Maar bijna allemaal zijn ze blij dat ze op een democratische school hebben gezeten. Niet omdat het alleen maar leuk en lollig is -het tegendeel is waar- maar omdat ze geleerd hebben in zichzelf te vertrouwen en samen te werken met andere mensen. Hier is onderzoek naar gedaan en dit is gebundeld in het boek: the Pursuit of Happiness.
Tussenstap in onderwijs
In de negentiende eeuw waren twee processen verantwoordelijk voor het ontstaan van onderwijs in de huidige vorm: De Industriële revolutie en de Invoering van de leerplicht.
Door de industriële revolutie werd een ‘gestandaardiseerde arbeider’ nodig. Ieder mens moest dezelfde basiskennis hebben het het was handig ze te laten wennen aan de regelmaat van het werk in de fabriek.
Daarnaast werd de leerplicht ingevoerd. Ineens gingen niet meer de kinderen van wie de ouders het konden betalen naar school, maar iedereen! Het grote aanbod aan leerlingen zorgde voor het klassensysteem in zijn huidige vorm. In plaats van te blijven werken met niveaugroepen zoals tot dan gebruikelijk, werd er overgestapt op een klassikaal leerstof-jaar stelsel. Het overbrengen van standaard leerstof op ‘standaard leerlingen’ is daarmee indertijd een praktische keuze geweest en niet één van pedagogische en didactische aard.
Onderwijs nu
Tegenwoordig verandert de wereld zo snel, mede door de technologische ontwikkelingen, dat eigenlijk niemand meer weet wat mensen morgen moeten kennen en kunnen, laat staan over 20 jaar! Dat maakt het voor scholen en leraren best lastig om te weten wat ze kinderen moeten leren. Vaak zijn kinderen handiger met ICT toepassingen dan hun leerkrachten, dus wie leert wie?
Democratisch onderwijs nu
Kinderen ontwikkelen zich in razend tempo, waarbij ze met gemak gebruik maken van alle nieuwe technologieën. Niet langer de kenniseconomie is belangrijk, maar weten hoe je kennis kunt vinden!
Maar kinderen hebben soms ook moeite om te functioneren in een groep. Ze nemen veel prikkels op uit hun omgeving. Veel kinderen hebben daarom behoefte om hun eigen leerroute te volgen. Lees hier meer over het huidige democratische onderwijs.
Democratisch onderwijs is denk ik voor veel kinderen prima en inspirerend, mits er daarnaast wel structuur wordt geboden. Niet alle kinderen willen graag rekenen en lezen en schrijven. Toch zijn dit basisvaardigheden. De uitdaging ligt erin dit op zo`n manier aan te bieden dat het in een groter verband wordt geplaatst. Dat grotere verband zou een opdracht in de “buitenwereld”en/of een vraag van de leerling kunnen zijn.
Kinderen denken niet in losse vakken, voor hen is de wereld een geheel en de lessen moeten hier ook van uitgaan om als uitdagend te worden ervaren. Leren omdat het nu een maal moet is voor veel kinderen geen reden en vraagt daardoor onnodig veel energie (frustratie kost energie). Wel een vraag is wat te doen als je kind dyslectisch is, zoals mijn zoon van bijna 12. Ben benieuwd of hier ook ervaringen met democratisch onderwijs zijn
In de jaren 80 van de vorige eeuw waren er al veel soortgelijke scholen in Nederland. Ik noem de Leefwerkschool in Amsterdam, Skool in Alkmaar, Sgool in Breda en nog steeds actief bezig: Eigenwijs in Nijmegen. Daarnaast waren er nog wat meer kleinere initiatieven. Deze scholen hadden destijds ook regelmatig onderling contact.